maandag 21 september 2015

Berichten uit mijn tijd

De skate-boardende meisjes van Kabul.


De foto's zijn gemaakt in 2014 in de hoofdstad van Afganistan op een van de locaties waar de ngo Skateistan, meisjes uit achtergestelde gezinnen leert skateboarden. Op de foto's rijden de meisjes zwierig over de scate-ramps, geconcentreerd voor zich uit kijkend, hun hoofddoek vastgemaakt onder hun veiligheidshelm.
Skateistan heeft skateparken in verschillende Afghaanse steden, zoals Kabul en Mazar-e-Sharif. 40% van de kinderen die ze bereiken zijn meisjes.

Palmyra

Zomer 2011


Archaiser torso 

Wij zagen nooit haar ongekend gezicht,
De oogappels die daarin rijpten.
Maar haar lijf gloeit nog als een kandelaar,
waarin haar blik
met getemperd licht nog glanzend blijft.
Anders zou jou de boeg der borstkas niet verblinden,            
                                                                                        
en in't zacht draaien der heupen
was niet die lach naar 't middelpunt, dat ooit
bevruchting  droeg.
Ja, dan stond deze steen geknot, beschadigd,
in haar doorschijnende schouderlijn
en glinsterde niet als een roofdierhuid.
En zou niet als een ster losbreken uit haar vorm:

Geen plek aan haar die jou niet ziet
zo doorgaan met je leven kun je niet.
(Vrij naar Rilke)

Mei 2015

'Een laatste wandeling in Palmyra. Hier is de tempel van de stormgod Baal, daar de zuilengalerij van de Romeinen die deze palmenstad haar Namenaren. Zuilen en tempels, daartussen het weelderig groen van eindeloos veel palmen. Ooit was dit de parel van de woestijn. Nu is het de hoofdprijs voor beeldenstormers. Brokstukken geschiedenis verpulverd tot puin. We moeten afscheid nemen van alles wat onze wereld tot wereld heeft gemaakt.
We lopen een laatste maal langs de bakermat van de beschaving, de stad van 1000 zuilen. Zullen die zuilen, die er al staan vanaf het begin van de mensheid, hier volgende week nog staan? De rolluiken van Zenobia cafĂ©, vernoemd naar de legendarische koningin van Palmyra, zijn dicht. Mensen verschuilen zich in hun huizen, zwarte vlaggen gaan van deur tot deur. Blind voor angst en tranen. Straks zal het een platte vlakte zijn, een kaalslag van mens en monumenten. Zwarte vlaggen op rokende puinhopen. Welke G'd vraagt om zoveel bewijzen van haat? Hoeveel toekomst heb je als je je geschiedenis vermoordt? Met hoeveel doden kun je leven? 
In de verte zie ik bulldozers, mannen met een duivelswaas voor de ogen, een grijnslach zonder mededogen. Net zoals ooit de brandstapels, de inquisitie.
Als nou uiteindelijk blijkt dat G'd niet bestaat, naar wie sturen we dan de rekening voor het eindeloze martelen en moorden in zijn naam?
Een laatste wandeling in Palmyra. Uit een verlaten toeristenstalletje waait een ansichtkaart. Ik raap hem op en loop de woestijn in'.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten