zaterdag 31 oktober 2015

Gangtok

Tja, en nu ben ik dan echt helemaal in Sikkim. Bij 'de grens' moest ik de jeep verlaten en me bij het 'foreign registration office' melden. Daar werden het paspoort en de permit nauwkeurig nagekeken en al mijn gegevens werden, alweer, in een groot boek opgeschreven. De jeep en mijn medepassagiers (waaronder 2 monniken) stonden 50 meter verder op me te wachten. Daarna ging de reis verder door een groot dal. Prachtige vergezichten en weer aapjes, maar de jeep reed te hard om hier foto's van te kunnen maken.
Gangtok is de hoofdstad van Sikkim en het is een grote stad, de huizen liggen verspreid over een bergrug en een dal. Boven de stad ligt spectaculair de Kangchendzonga ( maar die heb ik hier nog niet gezien).


                                                         Gezicht op Gangtok

Vandaag ben ik naar het klooster Rumtek geweest. Dit is het grootste en belangrijkste Tibetaanse klooster in Sikkim. Het staat onder leiding van de Karmapa. Hij woont hier echter niet, maar verblijft in Dharmsala, bij de Dalai Lama. In het klooster staat een prachtige zetel op hem te wachten.


Na hun vlucht uit Tibet kregen de monniken toestemming om hier in de bergen van Sikkim hun klooster op te bouwen. Ook de Karmapa was eerst welkom. Om onduidelijke redenen (China, politiek?) 
mag hij Sikkim niet meer in.


Het is een prachtig klooster, geheel in Tibetaanse stijl gebouwd. 


Dit is het voetgangers gebied van Gangtok, vanmiddag heb ik hier heerlijk gewandeld. 

  
Er zijn heerlijke bakery's met gebakjes en alle soorten koffie (waaronder massala koffie) en er is een bata schoenwinkel  met de allerlaatste modellen. 


donderdag 29 oktober 2015

Bericht vanaf de veranda

Kalimpong
En nu zit ik op de veranda van zo'n heerlijk oud Indiaas hotel. Het is bijna 3 uur 'smiddags en ik heb vandaag tot half 3 gewandeld. Dus het is nu tijd voor thee.


Ik ben hier gisteren aangekomen na een prachtige tocht, met mooie uitzichten en doodenge haarspeldbochten. Halverwege hield de jeep stil voor een maaltijd en mijn buren vroegen me mee uit eten. Ik heb een kopje chai genomen.


Omdat  het hier erg heuvelachtig is, had ik dit hotel al van te voren via internet gereserveerd. Ik zag mezelf niet met het koffertje (of met een taxi) heuvel op heuvel af zeulen op zoek naar een hotel. En soms reserveer je iets niet zo goed en soms is het zo'n plek als dit. En hier wil ik blijven.
Nog een gelukkig toeval, op woensdag is het markt in Kalimpong. Dus ik ben, na me geïnstalleerd en gewassen te hebben, direct naar de markt gegaan.
Volgens de gids is dit een markt waar 'alle minderheden' uit de omgeving hun waar aanbieden, maar omdat ik nog niet de 'meerderheid' van Kalimpong kan herkennen, was iedereen voor mij nieuw en mooi.


    Er werd veel onbekends te koop aangeboden.


Maar ook momo's, deze worden tere plaatse vers gemaakt. De momo is een Tibetaanse snack. Een lapje deeg, gevuld met groente, kip of vlees. Dit wordt even gekookt en klaar! Op de trektocht aten we dit ook vaak.

Een van de volkeren die hier in grote getale wonen zijn de Tibetanen en vandaag ben ik naar een van hun kloosters geweest. Het was nieuw en enorm groot. Er was juist een soort ochtend dienst aan de gang en de enorme hal zat vol met monniken. 



Om het klooster maakte een groepje pelgrims een rituele rondgang. Ik raakte in contact met hen (helaas zonder woorden).


Op de muur van een ander klooster, waar ik gisteren bij toeval langs liep stond een prachtig wiel van het leven. 


En dus even wat Tibetaans boeddhisme:
Het monster symboliseert de vergankelijkheid van het leven.
De grote disk: de 6 werelden, waarin wij als mensen kunnen eindigen, 3 positief en 3 negatief.
Aan de top het Nirvana, aan de onderkant de hete en koude hellen voor de grootste zondaars.
De buitenste ring: de 12 oorzaken en gevolgen die naar de wedergeboorte kunnen leiden.
De zwart-witte ring: het witte pad dat naar de Verlichting leidt, het zwarte naar de vervloeking.
De kern: de drie dieren die haat, begeerte en onverschilligheid symboliseren (de kern van alle kwaad).

Vanmiddag heb ik me door een taxi naar 'een' hoogste punt laten rijden, daar staat (alweer) een Tibetaans klooster op, maar het was dicht. Maar het uitzicht was prachtig. 


Ik ben heerlijk teruggelopen naar het hotel. In de hoop wat aapjes tegen te komen. Die zagen we gisteren op weg hiernaar toe veel. Maar helaas veel mooie uitzichten, bloemen en tropische planten en bomen, maar geen aapjes.

maandag 26 oktober 2015

Darjeeling

En nu ben ik al 3 dagen in Darjeeling, op 2000 meter hoogte. Darjeeling is een zgn 'hillstation', daar gingen de Engelsen vroeger naar toe als het op 'the burning plane' te heet werd. Er zou ook een beroemd treintje van Siliguri naar Darjeeling moeten rijden (smalspoor, stoom, zo' treintje), maar ofschoon het gehele spoor World Heritage  is geworden, laat men er een nieuw treintje rijden, dat vol zit met kirrende Indiase mannen, alsof ze door de Efteling rijden. Een jeep klimt in 3 uur naar boven, het treintje doet er 6 uur over, dus ik ben met de jeep gegaan. 
Darjeeling en de weg ernaar toe (haarspeldbochten, landslights) zijn duidelijk niet gebouwd voor een invasie van jeeps en andere grote auto's dus het is regelmatig een chaos. 


Ik slaap in een oud Tibetaans hotel. Boven op het dak is een tempel en vandaar heb je uitzicht op de bergen. Een emigrantenbestaan. In de lobby hangen foto's van de eerste eigenaar uit de tijd dat hij nog in Tibet woonde. Duidelijk een heer van stand. Ontmoetingen met de Dalai Lama, bezoeken aan het hof, enz.
Ik heb een heerlijke warme douche en na het haar wassen zag ik er als een dame uit.


Hier sta ik voor de Kanchenjunga (de 3e hoogste berg van de wereld).
Deze dame heeft haar aankomst gevierd  met een heerlijk kopje darjeeling thee in een oud koloniaal hotel. 

En gisteren was er een moment van de dag: the permit voor Sikkim.


Sikkim is een zgn 'restricted area', waar je een aparte permit voor moet hebben, ik heb de halve dag door de stad gelopen want ivm met het festival moest je het formulier waarmee je de permit aanvraagt aan de andere kant van de stad ophalen.
Maar daarna kwam het verlossende stempel. De man wilde graag op de foto, maar dan wel 'netjes'. Hij ruimde alleen de stapel papieren op zijn bureau niet op. Het hele kantoortje lag trouwens vol met papieren, mappen en boeken. Wat zouden ze in vredesnaam met al die boeken doen?

Daarna over een theeplantage gewandeld, de fabriek bezocht en liters thee gedronken. En tenslotte naar de dierentuin. En welke dieren waren er in die dierentuin?
Het blauwe schaap, dat we in Dolpo gezien hebben en de sneeuwluipaard. (waarvan  we natuurlijk hoopten dat we die zouden zien, alhoewel?)


De dierentuin van Darjeeling heeft een speciaal programma om de sneeuwluipaard van de ondergang te redden. Sinds 1983 zijn er 40 sneeuwluipaarden geboren, die in de Himalaya zijn uitgezet. 
In de dierentuin is ook het mountainneering instituut gevestigd. Dit is een opleidingscentrum voor bergbeklimmers en er is ook een museum over de beklimmingen van de Mount Everest in gevestigd. 
In het museum mochten we echt geen foto's maken (er stond om de 5 meter een bordje), dus dat heb ik maar niet gedaan.

Vandaag 27 oktober ben ik naar een Tibetaans klooster geweest waar het origineel wordt bewaard van 'Het Tibetaanse dodenboek'.


En daarna naar de botanische tuin. De tuin zelf was enigszins verwaarloosd maar de orchideeën kas was prachtig. Deze orchideeën wil ik ook wel kweken.


zondag 25 oktober 2015

20 - 25 oktober

Na de trektocht waren we met 2 vliegtochten in een paar uur tijd weer terug in Kathmandu. En dat was een snelle overgang. Ik heb de volgende vier dagen rustig doorgebracht, elke dag 1 uitstapje en de rest van de dag in de tuin van het hotel. En elke keer ging er weer iets niet door, of was het museum gesloten. Het was namelijk Daishan, een festival. Ik heb erg geprobeerd er achter te komen wat er gevierd werd,  maar niemand kon me het vertellen. De mensen liepen in hun zondagse kleren door de stad en er werd bij alle tempels en tempeltjes geofferd. Bij toeval kwam ik op een markt terecht met een enorme voorraad eenden en hanen. 

Allemaal om te offeren dus. Het offeren zelf ben ik gelukkig misgelopen. (De groene auto links is een openbaar toilet, gezien de omstandigheden aldaar alleen bij zeer hoge nood te gebruiken).
Naast het festival was er ook nog de fuel crisis. Nepal koopt zijn meeste brandstof in India. Er is een politiek meningsverschil tussen beide (ook nu weer, ik kon er niet achter komen waar het conflict over ging), maar in ieder geval, India weigert nog tankauto's bij de grens door te laten en langzaam maar zeker slaat ook deze crisis toe. Benzine is op de bon en bij de tankstations staan enorme lange rijen brommers en auto's. Ik (als toeriste) kreeg er alleen mee te maken doordat er weinig taxi's reden. De taxi's die reden hadden hun prijs verhoogd. En bij het ontbijt kregen we geen gebakken eieren meer, alleen nog maar boiled. Maar voor de Nepalezen was deze nieuwe crisis verschrikkelijk.
De laatste middag/avond heb ik Bodnath bezocht, een triest gezicht, de tempel is zijn prachtige top met de ogen helemaal kwijtgeraakt door de aardbeving.  Maar het ritueel rondlopen ging gewoon door. Dat blijft een prachtig gezicht. En de sfeer was zoals altijd sereen. Rondom de tempel een uitgebreid Tibetaans leven. 

Tenslotte een gezellige maaltijd met Frans, Gerda en Jeanette. Zij hebben mijn 'bergbagage' mee naar Nederland genomen. Zo fijn! Nu reis ik weer verder met mijn kleine rode koffertje en een rugzakje. Nog een laatste avondlijke rondgang rond de tempel en toen met een taxi door de donkere avond terug naar mij hotel. 
Al met al een mooi afscheid van Kathmandu.

24 oktober ben ik naar India gegaan. Deze dag begon rustig, met een ontbijt in de tuin van het hotel. Ik werd keurig op tijd naar het domestic vliegveld gebracht. Het vliegtuig vertrok op tijd en de medepassagiers hebben goed voor me gezorgd. De vlucht was prachtig, we vlogen langs  alle bekende hoge bergen (die werden me regelmatig aangewezen)  en we kregen weer een snoepje en stukjes watten voor de oren. En weer het zakje pinda's. Dit was zo hermetisch gesloten dat het haast onmogelijk was dit te openen. Maar deze stewardess wist dit, na het uitdelen kwam ze langs met een pen waarmee ze deskundig voor iedereen het zakje open ritste. 


Bij aankomst in Bhadrapur was het afhandelen van de bagage me bekend: alle bagage wordt op een kar geladen en de passagiers dringen daarom heen. Schreeuwen, wijzen en hopen dat de 2 mannen die erbij staan jou zullen gaan helpen. 
Heb je je bagage dan eindelijk bemachtigd, dan moet je nog laten controleren of deze wel echt van jou is. Aan je instapkaart zit nml een klein kaartje met een nummer, en een zelfde kaartje zit aan je bagage.
In het gewoel werd ik aangesproken door een mede passagier, of ik met  haar een taxi wilde delen naar de grens. Dat was fijn. Ik werd afgezet voor het Nepalese bureau van immigratie. Ik liep naar binnen, er werd een stempel in mijn paspoort gezet, ik vroeg 'and now I have to leave?' En dat was dat. Toen op naar India. De grens bestond uit een kilometers lange brug. Er kwam en ging een enorme stroom riksja's over de brug. Dus heb ik ook maar een riksja genomen. Hij bracht me keurig naar het Indiase immigratie kantoor. Daar zaten al enige mensen te wachten......... Kortom, na een uur was ik aan de beurt. Ik werd nauwkeurig bestudeerd, het paspoort verdween in een machine er werd weer een camera'tje op me gericht, enz. Na een kwartier kwam het verlossende stempel. 


Ondertussen had ik tijdens het wachten kennis gemaakt met een Amerikaans echtpaar. Zij reisden met een Indiase vriend naar Darjeeling. Of ik mee wilde reizen? We zijn onderweg nog gestopt om te eten bij een wegrestaurant (helaas geen foto's gemaakt) en in Siliguri werd ik keurig bij het hotel afgezet. Dit zag er op het eerste gezicht niet aantrekkelijk uit. Dit gold ook voor de binnenkant. Maar het bed was schoon, de handdoek ook en er kwam warm water uit de kraan. De airconditioning werd voor me aangezet, evenals de fan. Gelukkig lagen er dekens in de kast, want het werd erg koud. Na een kwartier was het me gelukt alle airco uit te zetten.
Toen heb ik vlug een eitje (tuktuk) genomen en me eerst naar een atm (geld uit de muur) laten brengen, want ik had nog steeds geen Indiaas geld. Daarna met mijn laatste energie naar het station. Ik heb een treinkaartje voor Varanassi gekocht en kreeg dit met 50% bejaardenkorting. De man van het loket vroeg voorzichtig of ik boven de 60 was. Toen ik daarna weer in het eitje zat dacht ik even 'al rijdt die man voor eeuwig door, ik ga slapen en wil nu alleen maar slapen'. De hele stad maakte zich op voor het vieren van het festival, ik wilde alleen maar slapen. Terug bij het hotel bleek dit een spa te hebben! Maar wat een teleurstelling, het was alleen voor mannen. Toen ben ik nog maar ergens gaan eten. Dat was heerlijk.
En toen ben ik gaan slapen, niets kon me meer schelen, slapen.

vrijdag 23 oktober 2015

De zwaarste dag

Vertrek uit Shey, Over de laatste hoge pas.
Toen ik die ochtend de tent open deed was de wereld wit, er lag rijp op de tenten. Ik had die nacht mijn thermen-ondergoed aan gehad en dankte nogmaals mijn donzen slaapzak. Na mezelf gewassen te hebben heb ik met de muts op en de handschoenen aan ontbeten. Daarna moesten we snel op pad omdat het ernaar uitzag dat het zou gaan sneeuwen en we hadden een lange, zware dag voor de boeg. Ik heb mijn washandje aan de dagrukzak gespeld (het bevroor direct) en ben met 4 lagen kleren op weg gegaan. Voor onderweg  hadden we een lunchpakket meegekregen: 2 oliebolachtige broodjes, een gekookt ei, een snicker, een stukje kaas en een stukje appel.
De tocht voerde weer langs de Kora, om de Chrystal Mountain, maar nu de andere kant op. We moesten ongeveer 900 m stijgen. De eerste honderden meters ging dit langzaam en gestaag. We kwamen weer regelmatig onbegrijpelijke heilige bouwsels tegen en een prachtige manimuur. Om ongeveer 12 uur hielden we halt om het lunchpakket op te eten. Terwijl we dit deden begon het boven ons te onweren.


                        Op weg naar de pas, een terugblik naar het dal van Shey

We gingen weer op pad en kwamen in een soort kom terecht. Waar was de pas? Deze bleek het laagste punt op de rand van de kom te zijn, hoe kwamen we daar omhoog? Na door gelopen te hebben zagen we  de muilezels langzaam maar zeker omhoog gaan, er was dus een pad. Ondertussen bleef het zachtjes rommelen. Toen we het pad hadden bereikt bleek dit een modderig half bevroren steil pad te zijn.  Ik heb me de laatste honderd meters omhoog geperst, het lukte me niet meer adem en tempo op elkaar af te stemmen.


                                                         Op de pas (5345 m) 

Daarna volgde de afdaling, wederom steil en nu met los zand, vermengd met losse stenen. Dit heb ik langzaam, voetje voor voetje gedaan. En waar was het pad?
Toen we dit hadden bereikt, bleek dit haast nog steiler en moeilijker begaanbaar te zijn dan het eerste stuk.


                                                       Waar is het pad?

Uiteindelijk hebben we het kamp bereikt, waar het begon te sneeuwen. (Deze plaats heette niet voor niets 'snowfieldcamp').  Na een uur in de tent gelegen te hebben heb ik me toch maar gewassen, thee gedronken en gegeten en daarna weer vlug de warme slaapzak in.


                     Arme muilezels, die nacht had het weer gesneeuwd


                               Maar het uitzicht bleek wonderschoon

De Kanchenyoba (ik weet niet of ik dit goed gespeld heb) toonde zich in al haar pracht. 
Die dag zijn we 1000 meter gedaald. En toen bereikten we de eerste boom.


Een dag vol ontmoetingen

Vlakbij Do Tharap ligt de Chrystal Mountainschool. Deze school ligt in een onherbergzaam gebied, op minimaal 4 dagen lopen naar het dichtstbijzijnde dorp. Ik was hier 11 jaar geleden en de school heeft toen grote indruk op me gemaakt. Ik denk dat het een 'brede school pur sang' is en hij wordt ook als zodanig gebruikt. Ik had met Frans besproken dat ik donateur (action Dolpo direct) ben en hij heeft ervoor gezorgd dat ik van de adjunct-headmaster een prachtige rondleiding kreeg. (De headmaster was naar een  werkoverleg, die waren we onderweg tegen gekomen). Ik werd weer even  onderwijsmens,  ik deed spelletjes met de kinderen, gaf een aardrijkskunde les en heb uitgebreid met de leerkrachten gesproken. En ik vergat foto's te nemen. (Ik heb er thuis een heleboel, dus dat gaf niet).


En zo te zien is het Digibord nog niet in Do Tharap doorgedrongen.

Na dit prachtige en uitgebreide bezoek zijn we doorgelopen tot de kampeerplek onder de eerste pas. Toen we daar eenmaal gesetteld waren en ik op een krukje naar het pad op weg naar de pas keek, kwam daar een heel gezelschap aan: allereerst een prachtige Tibetaan:


Daarna een bekende vrouwelijke sherpa. (Ze heeft samen met 2 andere vrouwen de K2 beklommen). Ik heb helaas vergeten een foto van haar te maken. Gevolgd door een groep Westerlingen. En tenslotte een vrouw op een paard, ze was bijna helemaal ingepakt en doodmoe.


Het was Joan Hallifax, een bekende zen-boeddhiste. Ik heb vorig jaar een retraite bij haar gevolgd en ze maakte toen veel indruk op me. Ik had op haar web gelezen dat ze nog eenmaal met een ogenkamp  (ze is al ver in de 70) naar Nepal wilde en nu kwam ik haar tegen. 
Het was erg mooi haar te ontmoeten.
En ja, het  gezelschap ging naar de Chrystal Mountainschool, om daar nog 5 dagen oog-praktijk te houden. 
Voor info en wellicht al mooie foto's: upaya.com




donderdag 22 oktober 2015

'De sherpa's trekken je de pas wel over'

De sherpa's
Onze tocht werd begeleid door 4 sherpa's: de Sirdar B.B., Penwa, Khrisha en Gushal. B.B. Liep altijd achteraan en regelde alles. Naar ons toe altijd vriendelijk en met een lach, naar de eigen mensen duidelijk, alles liep op rolletjes en niets was hem te veel. Penwa was in opleiding en liep altijd vooraan. Hij paste zijn tempo op een prachtige manier aan ons 'gehijg' aan. Gushal liep in het midden en assisteerde waar nodig op moeilijke momenten. Khrisha was een soort reserve, hij liep vaak met de muilezels mee.
Op echt moeilijke momenten kwamen ze allemaal in actie en die momenten waren er genoeg:
- Stroompjes, of stromen: die moesten we via stenen kruisen, soms stond Penwa in het ijskoude water met zijn reikende hand. En daarna weer direct zijn schoenen aan, rugzak om, hup verder;
- Een hand, tijdens het klimmen op steile paadjes; zo sprak B.B. op het steilste stuk op het pad naar Ringmo, toen ik echt dacht (met alleen maar zicht op het koele, heldere water): 'waar moet ik in godsnaam nu mijn voet zetten':  'rest on my hand'. 
- Soms droegen ze 2 rugzakken extra van groepsleden die ziek of moe waren;
- Het hozen van mijn tent: in Ringmo werd ik wakker en dreef ik op mijn matje door de tent. B.B. deed plok, plok, in een seconde lag  alles buiten te drogen en zat hij op zijn hurken te dweilen en in een volgende seconde later was alles weer klaar;
- Vertalen en hulp bij de toegang tot kloosters of in contacten met de mensen;
- Het opzetten en weer afbreken van de tenten.
En nog veel meer waar ik nu niet op kom.


           De sherpa's en paardenmannen, tijdens een pauze, onderweg naar de pas.


De  muilezels en 'paardenmannen'
De bagage, tenten, tafeltjes, het eten, enz werd vervoerd door muilezels. Zeg niet 'als de muilezels het kunnen kan ik het ook', want zij kunnen veel.


                                 Hier komen de muilezels een pas op

De dieren werden geleid door 4 (wij noemden hen) paardenmannen. 'Jongens waren het' zei Nescio. Ja, zulke jongens waren het. De leider kwamen we in Juphal een uur na het afscheid (en de fooi) 
stomdronken tegen.

                      
                                                'Jongens waren het'

De kitchenboys
We werden 's ochtends om 6 uur wakker gemaakt met thee.


Een half uur later kregen we een bakje warm water om je te wassen. Op lange dagen stonden ze halverwege met warme limonade (dat bleek in deze situaties erg lekker, (als het maar vocht is) en 10 minuten later was er soep.  De maaltijden waren heerlijk en voedzaam.
Het ontbijt bestond altijd uit: thee, warm water/melk (poeder) gebakken eieren, pap (havermout, rijst of lokaal), en een  soort broodproduct.

                            
                              Ontbijt in de ochtend-kou

De lunch en het avondeten bestond altijd uit aardappels (in allerlei vorm, ik wist niet dat er zoveel kook/bakvariaties waren),  pasta, rijst, brood, groente (ik wil de komende tijd even geen bloemkool meer), vaak bonen of linzen en sla (witte kool en wortels). Toe: vruchten uit blik, taart (bij hoogtepunten), en zelfs een keer een appel.

   
                                                        De inhoud van de lunch


                                                  En hier eten we het op



       
                             De keukenploeg op  de laatste dag op weg naar Juphal

        
                          Onze onvolprezen kok, met een taart, op de laatste avond


                                                          Afscheidsavond
B.B. staat links en vertaalt.
Oorspronkelijk zouden de sherpa's en de keukenploeg om terug te keren naar Kathmandu 3 dagen moeten lopen en daarna nog 2 dagen met de bus verder reizen. (En de tenten mee nemen). Hun fooi hebben ze echter goed besteed aan het kopen van een ticket. Toen wij in de vertrekhal in Nepalgenj stonden kwamen ze allemaal voorbij, ze waren met het volgende vliegtuig gekomen en moesten nu alleen nog maar 2 dagen met de bus verder. Zo waren ze ook op tijd voor het festival. Het is namelijk weer festival in hier Nepal. Ik ben er nog steeds niet achter wat nu gevierd wordt, maar er  hangt al 2 dagen een soort eerste Kerstdagsfeer.  Veel winkels zijn  dicht en overal wordt weer geofferd. Maar dit geeft me veel tijd om alles te verwerken en aan dit blog te werken.

En tenslotte, niet te vergeten
Last but not least, dank ik Frans, de trekking leider namens Snow Leopard voor  zijn prima (bege) leiding tijdens de trek.




woensdag 21 oktober 2015

Trektocht Upper Dolpo - De tocht


Wandelaar
Wandelaar, jouw voetstappen
zijn de weg, niets meer.
Wandelaar, er is geen weg,
de weg maak je al lopende.

Al lopende maak je de weg,
en als je omkijkt,
zie je het spoor,
dat je nooit meer zult bewandelen.

Wandelaar, er is geen weg,
alleen de rimpelingen
in het stof.

Antonio Machado

Dolpo.
Dolpo ligt in het noord-westen van Nepal, aan de grens met Tibet.
Een groot gedeelte hiervan (Upper Dolpo) ligt boven de 4000 meter. Het is een van de hoogst bewoonde gebieden ter wereld.  Het gebied is omgeven door hoge bergen, dus moeilijk toegankelijk en daarmee lang  geïsoleerd gebleven. Oorspronkelijk hoorde  Dolpo bij Tibet. De godsdienst is Tibetaans Boeddhistisch. Het klimaat is berg-woestijn: zodra de zon schijnt is het warm, zodra hij weg is wordt het steenkoud. En er is altijd het fijne stof.

Het was een schitterende tocht. We klommen redelijk snel omhoog naar een droog, stoffig gebied. Daar bleven we 11 dagen en ook daar was het alleen maar stijgen en dalen steeds verder naar het hart: Shey en de Chrystal Mountain. De eerste en de laatste dagen langs een rivier door het dal. Een groot gedeelte was het prachtig weer: felle zon en onwerkelijk mooie blauwe luchten. Alleen de dagen rondom Ringmo was het bewolkt en ik heb 2 uur de regencape aan gehad. Hieronder geen 'dagelijks verslag'. Maar wel chronologisch.
Degenen die ervoor zorgden dat ik dit kon doen, (de sherpa's, de paardenmannen en de keukenploeg) krijgen een aparte pagina, de lama's en de zwaarste dag ook. Er komen geen 'mooiste momenten van de dag'. Het klinkt wellicht wat afgezaagd, maar elke dag was bijzonder en onwerkelijk mooi.
Ik was vaak overweldigd door een groot gevoel van dankbaarheid, dat ik dit allemaal kon zien en ervaren. En dankbaarheid voor het leven zelf dat me hiertoe in staat stelde.

Maandag 28 september zijn we via Nepalganj per vliegtuig naar Juphal vertrokken. Het laatste stuk met een klein vliegtuig waarin de luchtdruk binnen gelijk was aan die van buiten. De landingsbaan van Juphal is een 'stuk berghelling'. Als de helling ophoudt (en het dal begint) behoort het vliegtuig 'de lucht in te gaan'. Gelukkig lukte dat zowel bij aankomst als vertrek. Het vliegtuigje volgt dan de dalen, je vliegt a.h.w. tussen de bergen door.

We liepen hierna 3 dagen naar Tarakot. In Tarakot was ik 11 jaar geleden geweest, met een groep die bij de brug uit elkaar viel (daar was toen een groot Maoïstisch trainingskamp gevestigd) en men besloot niet meer verder te gaan. Ik wilde wel en ben toen met de reisleidster en de kok verder Lower Dolpo ingegaan.


Nu was de situatie geheel anders. We liepen met prachtig weer (toen de hele tocht in de monsoonregen), er was geen Maoïstisch trainingskamp meer en deze groep had ook meer bergervaring.
                                         En hier loop ik weer - 11 jaar later


Na de brug begon voor mij het 'echte' Dolpo. 
De sfeer is anders en we bereikten het eerste gompa (klooster).


Hier zijn we met een klein groepje naar toegegaan. Daarna moesten we de groep inhalen en kwam de eerste 'short-cut' van deze tocht.
Die dag en de 2 dagen daarna volgden we de rivier stroomopwaarts door een prachtige kloof.


Op een pad dat continue onderhouden moest worden. Er waren deze zomer weer veel landslights ontstaan door de regen en we moesten of bovenlangs of over een smal paadje over de landslights. Het was in ieder geval veel klimmen en dalen over smalle rots- en zand paadjes. 
Hier zijn wegwerkers aan het werk:


                      Elk jaar opnieuw moet het pad begaanbaar gemaakt worden

Onderweg kwamen we een man tegen die naar Dunai liep. Westers gekleed, een kwieke pas en een Tibetaans kettinkje om. Het bleek de headmaster van de Chrystal Mountainschool (later meer hierover) te zijn. Hij moest naar een overleg in Dunai. Tja dat is toch iets anders dan op de fiets naar het directieverslag van Sirius.  
Na 5 dagen lopen bereikten we DhoTarap: het eerste dorp in Dolpo. Dit ligt op 4080 meter, we hadden de 4000 m grens bereikt en zouden vanaf nu 11 dagen boven de 4000 m zijn.


Tijdens de rust-, acclamatisatiedag hebben we een wandeling gemaakt:


                                   Ontmoeting met een andere pensionada 

Op deze hoogte leven de mensen van gerst en de yak. De yak is allereerst lastdier. Later zouden we regelmatig yakkaravanen tegen komen, dit was elke keer weer een imposant gezicht. Daarnaast levert de yak melk waar boter van wordt gemaakt (gemengd met de fijngestampte gerst is dit het belangrijkste voedsel: tsampa) en tenslotte wordt de wol gebruikt voor kleding, dekens enz.

                                                  Het was oogsttijd


                 De vrouwen zorgden voor het  hooi, de mannen bewerkten het land



     Daarna bezochten we het klooster van Do, 900 jaar oud


                                   
De volgende dag trokken we verder, langs het klooster van Tokyu,  waar een beeld van Avalokiteshwara stond. Dit is de belangrijkste god van Tibet: de god van het mededogen. Hij heeft 12 hoofden om al het leed van de wereld te zien en 1000 armen om de mensen te helpen.


Hierna kwam de eerste hoge pas: de Jengla Bhanjiyang. Een pas van 5250 meter hoog. Achter me de besneeuwde bergketen van de Daulagiri, voor me het kale landschap van Upper Dolpo. 
En.......... Onderweg bij het ter toilette gaan bleek dit bijna op een edelweiss te zijn.


Het was hier, in deze prachtige, overweldigende omgeving erg moeilijk om nu niet het hele repertoire uit de Sound of Music te zingen, en 'Edelweiss' kon ik niet laten.
Deze dag was lang, om 8 uur begonnen kwam ik om half 5  bij de kampeerplaats aan. (Later meer over de verzorging, gidsen enz.).

Bij het wakker worden de volgende dag bleek dat er die nacht mede-kampeerders waren gekomen: een yakkaravaan. Hier vertrekken ze 's ochtends vroeg om 7 uur.


Wij liepen die dag verder op de belangrijkste karavaanroute in dit gebied, vlakbij de grens met Tibet. We kwamen herhaaldelijk soldaten en grenspolitie tegen (die heb ik maar niet op de foto gezet).
Daarna kwamen we bij een van de hoogtepunten van de tocht: een vallei met prachtige dorpjes en gompa's.


Hier zijn de vrouwen aan het dorsen. De periode om te oogsten is kort en ze waren al om 4 uur 's nachts met werken begonnen. Overal hoorde je het slaan van de dorsvlegels en het zingen van de vrouwen om dit werken te ondersteunen.


Lama's die gebeden zingen (voor een goede oogst of om een nieuw huis in te wijden? De communicatie ging soms wat moeizaam. En wat zit er in die jerrycan?)
Onderweg soms gedrang op het pad: yaks, paarden, geiten enz. Bij de toegang van het dorp stonden altijd chortens of manimuren (lange muren met stenen waar gebeden op staan).


Op deze dag moesten we tenslotte nog 400 meter klimmen en deze klim werd enigszins bemoeilijkt doordat er yaks naar beneden kwamen.  Maar het leverde wel spectaculaire beelden op.


Gelukkig was de daarop volgende dag een rustdag en konden we met een klein groepje het dorp en de gompa bezichtigen.


Wij zijn hier recht  omhoog  gegaan, en kijken hier a.h.w. nog even terug. Daar beneden ligt het dorp. Als je het dal naar links volgt loop je binnen een dag naar Tibet.
Deze dag kwam de 2e hoge pas van 5111 meter hoog. Deze pas was makkelijk begaanbaar en de uitzichten waren spectaculair. 

                       Hier overziet Penwa, een van de sherpa's, de vallei



            Op de  pas hadden we een ontmoeting met een Tibetaanse  familie


Hierna volgde een lange afdaling naar Namgung, een klein dorpje aan de rivier, wat huizen en een gompa. De meeste gompa's die ik bezocht werden ook als opslagruimte gebruikt. Deze had o.a. stapels printen met soetra's gedrukt in Taiwan. (Een poging tot zending?)


Links de oude blokprints, op de voorgrond de nieuwe pakketten uit Taiwan. Hierboven op een verzameling andere gebruiksvoorwerpen. (Want waar laat je alles?)

                            Voor de gompa was een vrouw aan het werk


                                                      Hoe oud zou ze zijn?

De dag hierna verschenen er voor het eerst wolken aan de hemel en werden we een beetje ongerust. Er stonden ons nog een paar hoge passen te wachten en we zouden binnen 2 dagen in Shey aankomen, alweer een hoogtepunt. Gelukkig bleven we het slechte weer voor.

'Tomorrow we walk to Shey'
Het was weer een lange klim en een nog langere afdaling. Uit de hemel vielen wat sneeuwvlokken, maar eindelijk bereikten we de vallei van Shey. Bij aankomst toch weer ontroering. Het klooster ligt aan de voet van de Chrystal Mountain, de tweede heilige berg (na Kailas in Tibet) voor Boeddhisten en Hindoes). Het klooster was eenvoudig, sober gebouwd en ligt op een strategische plek in de vallei. Het was winderig en koud. In het voorportaal hing nog een oude verweerde schildering van een mandala:


De schilderingen en Boeddha beelden in het klooster waren bijna allemaal van recentere datum. 

                           En dit meisje was aan het werk voor het klooster


Wat is het toch ongelijk verdeeld in de wereld. En wat is het toch belangrijk waar je bij toeval wordt geboren.

Rustdag in Shey
Deze dag hebben we een klein stukje van de 'Kora' gelopen, de rituele rondgang om de Chrystal Mountain. Voor we hier aankwamen waren er nog enkele gedachten de hele rondgang te gaan lopen, deze verdwenen snel toen we in de vallei waren aangekomen, het was hoog, koud of warm en het was 10 uur lopen.
Dus dan maar een gedeelte. Langs de Kora kiggen kloosters en allerlei heilige plekken. (Te vergelijken met de statiën?)

                                Met uitzicht op het dal en het klooster


Ik moest bij dit zicht op het dal en het klooster denken aan het klooster Shangri la, uit 'Lost Horizon van Shangri La').  We zijn deze dag naar het volgende klooster van de 'kora' gelopen, hoog in de bergen, en toen weer terug, dit was genoeg.


                                    Het Tsakangklooster. (Links de Chrystal Mountain)

Dit klooster was erg klein, we konden het met groepjes van 4 bekijken. En gelukkig daarna weer naar beneden lopen. Op 4400 meter blijft stijgen vermoeiend,

De dag daarna ging de tocht weer verder, de hoogste pas over. (Verslag komt later).
En de dag daarna ging het 1000 meter naar beneden en zagen we weer bomen! De eerste in 11 dagen. 2 dagen later (bomen waren alweer gewoon) bereikten we het Poksundo meer. Alweer een heilige plek, dus we mochten niet in het water zwemmen, of een verkwikkend voetenbad nemen. Ook deze  gedachte verdween snel, Het water kwam direct van de berg en was ijskoud.


Voordat we het meer bereikten moesten we nog 1x 450 meter klimmen en dalen over een heuvel heen. Het pad was enorm stijl en ging over los, heel fijn zand, waarin je alleen maar glijden kon. En Het pad  was smal, er was geen ruimte om te kunnen vallen.  Hier vallen betekende onherroepelijk een duik van 400 meter hoogte het koele en heilige water in.
Aan de overkant ligt Ringo, de volgende kampplaats. Rechtsonder is het  veiliger vervolg van het pad te zien, ook dit is een belangrijke karavaanroute. (Die yaks gaan dus ook over die smalle steile paadjes, dus nog een geluk dat wenze niet tegenkwamen).
Dit pad speelt een belangrijke rol in de film 'Himalaya' want vanaf dit pad valt een yak het meer in. Een dramatisch hoogtepunt. De bewoners van Ringmo spelen (waarschijnlijk als zichzelf) mee in de film.
Toen ik de volgende ochtend wakker werd en uit de tent keek kwam er een yakkaravaan aan. 
Fictie en film - dit was werkelijkheid.


                                                            Een huis in Ringmo

Ringmo is behalve van de film ook bekend omdat hier een bon-klooster staat. Bon is de oude godsdienst van Tibet, voordat het Boeddhisme er kwam.


Ik was hier 11 jaar geleden ook (met zware regen) en het klooster was toen gesloten. Maar gelukkig kwam er nu een  vrouw uit het dorp met de sleutel. (Over dit klooster later meer).
Ringmo maakte veel indruk op me, er kwamen veel herinneringen naar boven. 
Er was de afgelopen 11 jaar veel in mijn leven gebeurd.

Terug, volg het pad naar beneden (een prachtig gedicht van Kopland, ik heb het helaas niet meegenomen)

Na Ringmo ging het alweer door een dal, de rivier volgend, naar beneden.
Onderweg een uitkijkplek met een prachtig zicht op roofvogels.


En door steeds meer eerst naaldbos en later loofbos. We sliepen zelfs tussen de bomen aan de rivier.
En waren in 3 dagen terug op het punt waar we 'linksaf' naar Do Tarap waren gegaan. 


                     Hier realiseerde ik me hoe fijn het is tussen bomen te lopen

Een dag 'te vroeg' kwamen we aan in Juphal, waar we kampeerden in de tuin van het hotel. 11 Jaar geleden hadden we de tenten op het  dak van het hotel gezet. Het hotel was er niet schoner op geworden, maar je kon er douchen met warm water, zalig!


                          De volgende dag kwam het vliegtuig ons weer halen


                              5 uur op en om 11 uur  waren we terug in Kathmandu

(Ik was vanochtend in een fotowinkel. Ik werd geholpen door een man die al vaak in Nederland was geweest. Hij sprak over Nederland: 'another planet!' - dat klopt, er zijn alleen veel verschillende werelden, na Dolpo was Kathmandu ook weer een geheel 'other world'.