woensdag 21 oktober 2015

Trektocht Upper Dolpo - De tocht


Wandelaar
Wandelaar, jouw voetstappen
zijn de weg, niets meer.
Wandelaar, er is geen weg,
de weg maak je al lopende.

Al lopende maak je de weg,
en als je omkijkt,
zie je het spoor,
dat je nooit meer zult bewandelen.

Wandelaar, er is geen weg,
alleen de rimpelingen
in het stof.

Antonio Machado

Dolpo.
Dolpo ligt in het noord-westen van Nepal, aan de grens met Tibet.
Een groot gedeelte hiervan (Upper Dolpo) ligt boven de 4000 meter. Het is een van de hoogst bewoonde gebieden ter wereld.  Het gebied is omgeven door hoge bergen, dus moeilijk toegankelijk en daarmee lang  geïsoleerd gebleven. Oorspronkelijk hoorde  Dolpo bij Tibet. De godsdienst is Tibetaans Boeddhistisch. Het klimaat is berg-woestijn: zodra de zon schijnt is het warm, zodra hij weg is wordt het steenkoud. En er is altijd het fijne stof.

Het was een schitterende tocht. We klommen redelijk snel omhoog naar een droog, stoffig gebied. Daar bleven we 11 dagen en ook daar was het alleen maar stijgen en dalen steeds verder naar het hart: Shey en de Chrystal Mountain. De eerste en de laatste dagen langs een rivier door het dal. Een groot gedeelte was het prachtig weer: felle zon en onwerkelijk mooie blauwe luchten. Alleen de dagen rondom Ringmo was het bewolkt en ik heb 2 uur de regencape aan gehad. Hieronder geen 'dagelijks verslag'. Maar wel chronologisch.
Degenen die ervoor zorgden dat ik dit kon doen, (de sherpa's, de paardenmannen en de keukenploeg) krijgen een aparte pagina, de lama's en de zwaarste dag ook. Er komen geen 'mooiste momenten van de dag'. Het klinkt wellicht wat afgezaagd, maar elke dag was bijzonder en onwerkelijk mooi.
Ik was vaak overweldigd door een groot gevoel van dankbaarheid, dat ik dit allemaal kon zien en ervaren. En dankbaarheid voor het leven zelf dat me hiertoe in staat stelde.

Maandag 28 september zijn we via Nepalganj per vliegtuig naar Juphal vertrokken. Het laatste stuk met een klein vliegtuig waarin de luchtdruk binnen gelijk was aan die van buiten. De landingsbaan van Juphal is een 'stuk berghelling'. Als de helling ophoudt (en het dal begint) behoort het vliegtuig 'de lucht in te gaan'. Gelukkig lukte dat zowel bij aankomst als vertrek. Het vliegtuigje volgt dan de dalen, je vliegt a.h.w. tussen de bergen door.

We liepen hierna 3 dagen naar Tarakot. In Tarakot was ik 11 jaar geleden geweest, met een groep die bij de brug uit elkaar viel (daar was toen een groot Maoïstisch trainingskamp gevestigd) en men besloot niet meer verder te gaan. Ik wilde wel en ben toen met de reisleidster en de kok verder Lower Dolpo ingegaan.


Nu was de situatie geheel anders. We liepen met prachtig weer (toen de hele tocht in de monsoonregen), er was geen Maoïstisch trainingskamp meer en deze groep had ook meer bergervaring.
                                         En hier loop ik weer - 11 jaar later


Na de brug begon voor mij het 'echte' Dolpo. 
De sfeer is anders en we bereikten het eerste gompa (klooster).


Hier zijn we met een klein groepje naar toegegaan. Daarna moesten we de groep inhalen en kwam de eerste 'short-cut' van deze tocht.
Die dag en de 2 dagen daarna volgden we de rivier stroomopwaarts door een prachtige kloof.


Op een pad dat continue onderhouden moest worden. Er waren deze zomer weer veel landslights ontstaan door de regen en we moesten of bovenlangs of over een smal paadje over de landslights. Het was in ieder geval veel klimmen en dalen over smalle rots- en zand paadjes. 
Hier zijn wegwerkers aan het werk:


                      Elk jaar opnieuw moet het pad begaanbaar gemaakt worden

Onderweg kwamen we een man tegen die naar Dunai liep. Westers gekleed, een kwieke pas en een Tibetaans kettinkje om. Het bleek de headmaster van de Chrystal Mountainschool (later meer hierover) te zijn. Hij moest naar een overleg in Dunai. Tja dat is toch iets anders dan op de fiets naar het directieverslag van Sirius.  
Na 5 dagen lopen bereikten we DhoTarap: het eerste dorp in Dolpo. Dit ligt op 4080 meter, we hadden de 4000 m grens bereikt en zouden vanaf nu 11 dagen boven de 4000 m zijn.


Tijdens de rust-, acclamatisatiedag hebben we een wandeling gemaakt:


                                   Ontmoeting met een andere pensionada 

Op deze hoogte leven de mensen van gerst en de yak. De yak is allereerst lastdier. Later zouden we regelmatig yakkaravanen tegen komen, dit was elke keer weer een imposant gezicht. Daarnaast levert de yak melk waar boter van wordt gemaakt (gemengd met de fijngestampte gerst is dit het belangrijkste voedsel: tsampa) en tenslotte wordt de wol gebruikt voor kleding, dekens enz.

                                                  Het was oogsttijd


                 De vrouwen zorgden voor het  hooi, de mannen bewerkten het land



     Daarna bezochten we het klooster van Do, 900 jaar oud


                                   
De volgende dag trokken we verder, langs het klooster van Tokyu,  waar een beeld van Avalokiteshwara stond. Dit is de belangrijkste god van Tibet: de god van het mededogen. Hij heeft 12 hoofden om al het leed van de wereld te zien en 1000 armen om de mensen te helpen.


Hierna kwam de eerste hoge pas: de Jengla Bhanjiyang. Een pas van 5250 meter hoog. Achter me de besneeuwde bergketen van de Daulagiri, voor me het kale landschap van Upper Dolpo. 
En.......... Onderweg bij het ter toilette gaan bleek dit bijna op een edelweiss te zijn.


Het was hier, in deze prachtige, overweldigende omgeving erg moeilijk om nu niet het hele repertoire uit de Sound of Music te zingen, en 'Edelweiss' kon ik niet laten.
Deze dag was lang, om 8 uur begonnen kwam ik om half 5  bij de kampeerplaats aan. (Later meer over de verzorging, gidsen enz.).

Bij het wakker worden de volgende dag bleek dat er die nacht mede-kampeerders waren gekomen: een yakkaravaan. Hier vertrekken ze 's ochtends vroeg om 7 uur.


Wij liepen die dag verder op de belangrijkste karavaanroute in dit gebied, vlakbij de grens met Tibet. We kwamen herhaaldelijk soldaten en grenspolitie tegen (die heb ik maar niet op de foto gezet).
Daarna kwamen we bij een van de hoogtepunten van de tocht: een vallei met prachtige dorpjes en gompa's.


Hier zijn de vrouwen aan het dorsen. De periode om te oogsten is kort en ze waren al om 4 uur 's nachts met werken begonnen. Overal hoorde je het slaan van de dorsvlegels en het zingen van de vrouwen om dit werken te ondersteunen.


Lama's die gebeden zingen (voor een goede oogst of om een nieuw huis in te wijden? De communicatie ging soms wat moeizaam. En wat zit er in die jerrycan?)
Onderweg soms gedrang op het pad: yaks, paarden, geiten enz. Bij de toegang van het dorp stonden altijd chortens of manimuren (lange muren met stenen waar gebeden op staan).


Op deze dag moesten we tenslotte nog 400 meter klimmen en deze klim werd enigszins bemoeilijkt doordat er yaks naar beneden kwamen.  Maar het leverde wel spectaculaire beelden op.


Gelukkig was de daarop volgende dag een rustdag en konden we met een klein groepje het dorp en de gompa bezichtigen.


Wij zijn hier recht  omhoog  gegaan, en kijken hier a.h.w. nog even terug. Daar beneden ligt het dorp. Als je het dal naar links volgt loop je binnen een dag naar Tibet.
Deze dag kwam de 2e hoge pas van 5111 meter hoog. Deze pas was makkelijk begaanbaar en de uitzichten waren spectaculair. 

                       Hier overziet Penwa, een van de sherpa's, de vallei



            Op de  pas hadden we een ontmoeting met een Tibetaanse  familie


Hierna volgde een lange afdaling naar Namgung, een klein dorpje aan de rivier, wat huizen en een gompa. De meeste gompa's die ik bezocht werden ook als opslagruimte gebruikt. Deze had o.a. stapels printen met soetra's gedrukt in Taiwan. (Een poging tot zending?)


Links de oude blokprints, op de voorgrond de nieuwe pakketten uit Taiwan. Hierboven op een verzameling andere gebruiksvoorwerpen. (Want waar laat je alles?)

                            Voor de gompa was een vrouw aan het werk


                                                      Hoe oud zou ze zijn?

De dag hierna verschenen er voor het eerst wolken aan de hemel en werden we een beetje ongerust. Er stonden ons nog een paar hoge passen te wachten en we zouden binnen 2 dagen in Shey aankomen, alweer een hoogtepunt. Gelukkig bleven we het slechte weer voor.

'Tomorrow we walk to Shey'
Het was weer een lange klim en een nog langere afdaling. Uit de hemel vielen wat sneeuwvlokken, maar eindelijk bereikten we de vallei van Shey. Bij aankomst toch weer ontroering. Het klooster ligt aan de voet van de Chrystal Mountain, de tweede heilige berg (na Kailas in Tibet) voor Boeddhisten en Hindoes). Het klooster was eenvoudig, sober gebouwd en ligt op een strategische plek in de vallei. Het was winderig en koud. In het voorportaal hing nog een oude verweerde schildering van een mandala:


De schilderingen en Boeddha beelden in het klooster waren bijna allemaal van recentere datum. 

                           En dit meisje was aan het werk voor het klooster


Wat is het toch ongelijk verdeeld in de wereld. En wat is het toch belangrijk waar je bij toeval wordt geboren.

Rustdag in Shey
Deze dag hebben we een klein stukje van de 'Kora' gelopen, de rituele rondgang om de Chrystal Mountain. Voor we hier aankwamen waren er nog enkele gedachten de hele rondgang te gaan lopen, deze verdwenen snel toen we in de vallei waren aangekomen, het was hoog, koud of warm en het was 10 uur lopen.
Dus dan maar een gedeelte. Langs de Kora kiggen kloosters en allerlei heilige plekken. (Te vergelijken met de statiën?)

                                Met uitzicht op het dal en het klooster


Ik moest bij dit zicht op het dal en het klooster denken aan het klooster Shangri la, uit 'Lost Horizon van Shangri La').  We zijn deze dag naar het volgende klooster van de 'kora' gelopen, hoog in de bergen, en toen weer terug, dit was genoeg.


                                    Het Tsakangklooster. (Links de Chrystal Mountain)

Dit klooster was erg klein, we konden het met groepjes van 4 bekijken. En gelukkig daarna weer naar beneden lopen. Op 4400 meter blijft stijgen vermoeiend,

De dag daarna ging de tocht weer verder, de hoogste pas over. (Verslag komt later).
En de dag daarna ging het 1000 meter naar beneden en zagen we weer bomen! De eerste in 11 dagen. 2 dagen later (bomen waren alweer gewoon) bereikten we het Poksundo meer. Alweer een heilige plek, dus we mochten niet in het water zwemmen, of een verkwikkend voetenbad nemen. Ook deze  gedachte verdween snel, Het water kwam direct van de berg en was ijskoud.


Voordat we het meer bereikten moesten we nog 1x 450 meter klimmen en dalen over een heuvel heen. Het pad was enorm stijl en ging over los, heel fijn zand, waarin je alleen maar glijden kon. En Het pad  was smal, er was geen ruimte om te kunnen vallen.  Hier vallen betekende onherroepelijk een duik van 400 meter hoogte het koele en heilige water in.
Aan de overkant ligt Ringo, de volgende kampplaats. Rechtsonder is het  veiliger vervolg van het pad te zien, ook dit is een belangrijke karavaanroute. (Die yaks gaan dus ook over die smalle steile paadjes, dus nog een geluk dat wenze niet tegenkwamen).
Dit pad speelt een belangrijke rol in de film 'Himalaya' want vanaf dit pad valt een yak het meer in. Een dramatisch hoogtepunt. De bewoners van Ringmo spelen (waarschijnlijk als zichzelf) mee in de film.
Toen ik de volgende ochtend wakker werd en uit de tent keek kwam er een yakkaravaan aan. 
Fictie en film - dit was werkelijkheid.


                                                            Een huis in Ringmo

Ringmo is behalve van de film ook bekend omdat hier een bon-klooster staat. Bon is de oude godsdienst van Tibet, voordat het Boeddhisme er kwam.


Ik was hier 11 jaar geleden ook (met zware regen) en het klooster was toen gesloten. Maar gelukkig kwam er nu een  vrouw uit het dorp met de sleutel. (Over dit klooster later meer).
Ringmo maakte veel indruk op me, er kwamen veel herinneringen naar boven. 
Er was de afgelopen 11 jaar veel in mijn leven gebeurd.

Terug, volg het pad naar beneden (een prachtig gedicht van Kopland, ik heb het helaas niet meegenomen)

Na Ringmo ging het alweer door een dal, de rivier volgend, naar beneden.
Onderweg een uitkijkplek met een prachtig zicht op roofvogels.


En door steeds meer eerst naaldbos en later loofbos. We sliepen zelfs tussen de bomen aan de rivier.
En waren in 3 dagen terug op het punt waar we 'linksaf' naar Do Tarap waren gegaan. 


                     Hier realiseerde ik me hoe fijn het is tussen bomen te lopen

Een dag 'te vroeg' kwamen we aan in Juphal, waar we kampeerden in de tuin van het hotel. 11 Jaar geleden hadden we de tenten op het  dak van het hotel gezet. Het hotel was er niet schoner op geworden, maar je kon er douchen met warm water, zalig!


                          De volgende dag kwam het vliegtuig ons weer halen


                              5 uur op en om 11 uur  waren we terug in Kathmandu

(Ik was vanochtend in een fotowinkel. Ik werd geholpen door een man die al vaak in Nederland was geweest. Hij sprak over Nederland: 'another planet!' - dat klopt, er zijn alleen veel verschillende werelden, na Dolpo was Kathmandu ook weer een geheel 'other world'.
                               










Geen opmerkingen:

Een reactie posten